Ondernemers in de knel door corona


Kleine zelfstandigen zullen door de coronacrisis meer aanspraak doen op schuldhulpverlening, maar ondervinden knelpunten bij de toegang ertoe. De Nationale ombudsman opende een meldpunt en constateerde vier obstakels. Aan gemeenten de taak maatwerk te ontwikkelen.

Veel zelfstandige ondernemers zitten in de knel door de coronacrisis en de daaropvolgende lockdowns. De overheid heeft het afgelopen anderhalf jaar met grote steunpakketten heel veel ondernemers geholpen. Toch is een deel van de kleine zelfstandigen dusdanig in inkomen gezakt, dat zij hun spaarpot en pensioen hebben moeten opmaken en/of aanzienlijke schulden hebben gemaakt.

‘Er blijven altijd schrijnende gevallen van ondernemers die buiten de letter van de wet vallen’

Niet alle ondernemers kwamen in aanmerking voor steun van de overheid. Bijvoorbeeld door een verkeerde registratiecode van hun bedrijf, een niet-representatieve referentieperiode voor de compensatie, of omdat hun partner te veel verdiende. Het inkomen was vervolgens vaak veel lager dan de vaste lasten. En niet iedereen kreeg daarvoor genoeg en op tijd compensatie. Daardoor is er veel emotioneel leed en financiële schade ontstaan. Door de coronastress is het voor veel kleine ondernemers ook lastig om zich tijdig te heroriënteren of hun schulden aan te pakken. De verwachting is daarom dat er nog veel ondernemers aanspraak zullen maken op lokale schuldhulpverlening.

Knelpunten
De Nationale ombudsman is op 1 maart 2021 een onderzoek gestart naar de knelpunten die kleine zelfstandigen ondervinden bij de toegang tot schuldhulpverlening. In het kader van dit onderzoek opende hij een meldpunt, dat veel zzp’ers en andere kleine ondernemers aangrepen om een signaal af te geven over de coronasteunmaatregelen. Sommigen klaagden over onjuiste of onduidelijke informatieverstrekking en over een gebrek aan maatwerk. Anderen klaagden over verkeerde timing en een gebrek aan coulance bij het terugvorderen van eerder uitgekeerde voorschotten. Op basis van deze ruim 500 meldingen over de coronasteunmaatregelen constateerde de ombudsman vier knelpunten:

  1. Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) II, III en IV zijn door partnertoets te laag voor zzp’ers met hoge vaste lasten
  2. TONK-voorwaarden (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten) zijn te streng
  3. Geen compensatie mogelijk door foute code Standaard Bedrijfsindeling (SBI-code)
  4. Geen TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten) door geen of beperkte omzet in referentieperiode

Ondernemers- en beleidsorganisaties herkenden deze knelpunten tijdens rondetafelgesprekken met de ombudsman. De eerste twee knelpunten laten zien dat er bij een deel van de ondernemers behoefte is aan meer ruimhartigheid in het toekennen van steun. Ook pakken regels soms anders uit dan ondernemers verwachten. Het kabinet pleit wel voor een ruimhartige toekenning en probeert de bekendheid van de TONK te vergroten. Het terugbetalen van te veel ontvangen TVL vindt plaats op basis van overleg, waarbij de ondernemer zelf kiest welke terugbetalingstermijn het beste bij zijn omstandigheden past. En de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft gewerkt aan de administratieve problemen rond de SBI-code. De overheid heeft heel veel ondernemers goed geholpen en knelpunten deels verholpen. Maar er blijven altijd schrijnende gevallen van ondernemers die buiten de letter van de wet vallen. Ook bestaan er bij ondernemers- en beleidsorganisaties zorgen over invordering en schuldhulpverlening.

Maatwerk
Gemeenten hebben de ruimte nodig om lokaal maatwerk toe te passen. Dat gaat verder dan alleen een luisterend oor bieden of een individueel geval oplossen. Het gaat om het actief ontwikkelen van een maatwerkaanpak voor de niet-standaardgevallen. Er zijn steeds meer gemeenten die in het sociaal domein zelf maatwerk ontwikkelen. Zo heeft de gemeente Amsterdam al enige jaren een maatwerk-ontwikkelteam. En acht gemeenten experimenteerden in een City Deal Eenvoudig Maatwerk. Bij mensen die meerdere problemen hebben op het terrein van bestaanszekerheid, kan de gemeente zo kijken wat nodig is om verder wegglijden te voorkomen. De Nationale ombudsman ondersteunt deze gedachte van maatwerkontwikkeling en vindt dat gemeenten ook zelfstandige ondernemers daarmee moeten helpen.

‘De overheid behoort in zijn invorderingsbeleid rekening te houden met de financiële mogelijkheden van de burger’

Ondernemers mogen van de rijksoverheid en lokale overheden ook verwachten dat zij voor de buitengewone coronaschulden extra ruimte voor maatwerk in het invorderingsbeleid ontwikkelen. De Nationale ombudsman heeft het belang van maatwerk bij invordering eerder uitgewerkt in het rapport Invorderen vanuit het burgerperspectief. Als burgers (of kleine zelfstandigen) geen of weinig betalingscapaciteit hebben, behoort de overheid in zijn invorderingsbeleid rekening te houden met de financiële (on)mogelijkheden van de burger en zoveel mogelijk maatwerk te bieden.

Schuldhulpverlening
Verder is het van belang dat gemeenten zich goed voorbereiden op de schuldhulpverlening aan zelfstandige ondernemers. De ombudsman heeft in eerdere rapporten geconstateerd dat tijdige en gespecialiseerde schuldhulp aan zzp’ers in veel gemeenten nog niet vanzelfsprekend is. De verschillen in de toegang tot schuldhulpverlening tussen gemeenten zijn groot. Daarbij komt dan nog de weerstand die ondernemers voelen om hulp te zoeken bij de gemeente. De gemeenten moeten daarom alerter en actiever zijn in hun dienstverlening voor ondernemers. De ombudsman maakt zich extra zorgen over de toegang tot schuldhulpverlening voor kleine zelfstandigen met problematische coronaschulden.

‘Nog lang niet alle ondernemers krijgen gemakkelijk gemeentelijke schuldhulpverlening’

De ombudsman onderzoekt daarom nu hoe de toegang tot gemeentelijke schuldhulpverlening aan kleine zelfstandigen in verschillende gemeenten verloopt. Uit eerdere onderzoeken van de ombudsman (onder andere Een open deur? Een onderzoek naar de toegang tot de gemeentelijke schuldhulpverlening) bleek dat er gemeenten zijn die geen schuldhulp bieden aan zelfstandigen. In 2018 heeft de ombudsman vier algemene uitgangspunten geformuleerd voor schuldhulpverlening, die ook voor zelfstandigen gelden:

  • Gemeenten moeten burgers ruimhartig toelaten. In de toegangsprocedure mogen geen onnodige drempels zitten (bijvoorbeeld ingewikkelde formulieren, verplicht bijwonen van workshops of andere formaliteiten);
  • Iedereen die zich aanmeldt, moet de gelegenheid krijgen om in een persoonlijk gesprek zijn of haar situatie toe te lichten;
  • Gemeenten moeten bij de beoordeling van iedere individuele aanmelding de persoonlijke omstandigheden mee laten wegen;
  • Het schriftelijke besluit over het al dan niet toelaten tot de schuldhulpverlening moet duidelijk zijn en eventueel mondeling worden toegelicht.

De ombudsman onderzoekt nu wat de gemeenten gedaan hebben met deze aanbeveling om de toegang breder en laagdrempeliger te maken. In het digitale minimagazine van juni 2021 van de Nationale ombudsman valt te lezen dat nog lang niet alle ondernemers gemakkelijk gemeentelijke schuldhulpverlening krijgen. Daar ligt dus nog een belangrijke opgave voor gemeenten.
In het herstelplan van de rijksoverheid zal het aanpakken en voorkomen van problematische schulden een belangrijke plek innemen. Ook ondernemers zonder schulden, die de crisis door zijn gekomen door in te teren op hun pensioen of spaargeld, lopen nu immers het risico dat hun schulden onoplosbaar en problematisch worden. Zij hebben dan ook de komende jaren tijd en ruimte nodig om hun reserves weer op te bouwen. Het is een opdracht voor de overheid om deze getroffen ondernemers te helpen en te zorgen voor voldoende hersteltijd.

Zie hier de knelpuntenanalyse van De Nationale ombudsman

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Meike Bokhorst Bo Beke Walter van den Berg Edwin Jonkman Korrie van der Leij Janneke van Veen
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*