Terug naar normaal?


Wanneer we terug kunnen naar normaal is nog ongewis. Ook is onbekend wat het nieuwe normaal eigenlijk zal zijn, maar duidelijk is wel dat we ons in een transitie bevinden. Mark Frequin behandelt de vraag hoe we de overheid kunnen heruitvinden en bespreekt de rol van leiders in crisistijd.

Platform O bestaat 5 jaar! Ter ere van dit lustrum blikken wij in samenwerking met onze vaste auteurs terug en kijken we naar de toekomst. De aankomende twee weken publiceren wij daarom iedere dag een artikel dat één van onze vaste thema’s belicht, van publiek leiderschap en sociaal domein tot mobiliteit en crisis.

We zitten midden in een grote crisis. In dat kader schreef ik al eerder op Platform O dat ons hele maatschappelijke en economische leven ontwricht is. Dat is nog steeds het geval. Alles staat nog steeds op zijn kop. Na een kleine zomerpauze overheersen blijvend grote zorgen. Zorgen over wanneer het over is of beter nog, of het wel over gaat. De tweede pandemiegolf was voorspeld, maar ook een derde wordt nog voorspeld. Onzekerheid en angst zijn voelbaar aanwezig, met dagelijkse berichten over het grote aantal besmettingen, over opnames in ziekenhuizen en op de IC en over het aantal sterfgevallen als gevolg van corona. Vragen over de duur en de verspreiding van het virus, de effecten op het economisch leven, de kans dat jij het zelf krijgt, de afstand die je moet bewaren ten opzichte van anderen, wat het betekent voor jouw toekomst en wanneer er een vaccin beschikbaar is, overheersen het dagelijkse gesprek. Kranten en televisie zijn vrijwel alleen bezig met het virus en de effecten. Alle andere zaken zijn irrelevant geworden, of het moet om de Amerikaanse verkiezing van de president gaan. Maar ook daarbij gaat het over het niet adequaat handelen in de pandemie van Trump.

Terug naar normaal?
In deze crisis wordt steeds vaker de vraag gesteld: wanneer kunnen we weer terug naar het normaal? Interessant is dan de vraag om ‘welk normaal’ dat gaat. Wat is dat ‘normaal’ eigenlijk? En is het ‘t oude normaal of een nieuw normaal? Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was dit ook de grote vraag. Waarbij een deel van de Nederlanders terug wilde naar de situatie van voor de oorlog en een deel juist grote veranderingen wilde. Koningin Wilhelmina hoorde bij die laatste groep en botste met een aantal politici en bestuurders, die niet een radicale omslag wilden van het democratisch systeem, hetgeen Wilhelmina wel wilde.

‘Ook in crisistijd is het hijgen en hollen geblazen voor leiders’

Nu Platform O 5 jaar bestaat, is mij gevraagd 5 jaar terug te blikken op leiderschap bij en van de overheid. Leuker vind ik het 5 jaar vooruit te kijken. Ik probeer het te combineren. Opgeteld gaat het over de transitie die wij doormaken in overheidsland. En de vraag is of het een transitie naar het oude normaal is of naar het nieuwe normaal. Nu is het altijd lastig om transitie te beschrijven als je er middenin zit. Makkelijker is achteraf terug te kijken en te constateren welke veranderingen zijn opgetreden en wat is gebleven. Maar opgewekt zal ik een aantal opgaven en beelden delen, die mogelijk licht kunnen werpen op de transitie waar wij in zitten. Daarbij zal ik beginnen met de ervaringen die ik in deze crisistijd op doe.

‘Voor elk standpunt is wel een hoogleraar te vinden’

Is leiderschap in crisistijd anders? Eerder gaf ik op Platform O aan dat dit deels niet het geval is. Zo is het ook nu hijgen en hollen geblazen. Eigenlijk nog meer dan voor die tijd. Met zelfs een ‘achter de feiten aanlopen’. Er is bijna geen tijd om over de toekomst na te denken, alles zit nu in het hier en nu. Het overheidshandelen wordt daarbij kritisch gevolgd. Geen daad van de overheid blijft zonder kritiek. En daarvoor zijn ook nu veel deskundigen beschikbaar. Dus in zoverre is deze periode geen aparte periode.
Maar er zijn ook dingen anders. Er is nu geen sprake van een overheid op afstand. De overheid grijpt diep in het persoonlijk leven in en doet dat ook in de economie. Dat is een zeer actieve en zichtbare overheid, van wie wordt verwacht dat deze kordaat optreedt en niet aarzelt in handelen als de pandemie daarom vraagt. Geen stroperige besluitvorming meer die eindeloos duurt, maar een overheid die snel beslissingen neemt en daarover helder moet communiceren. Gelukkig is gebleven dat over die kordate stevige beslissingen wisselend wordt gedacht. Zoals ik al eens schreef, is voor elk standpunt wel een hoogleraar te vinden.

De overheid is terug
De actieve en stevige rol van de overheid tijdens de crisis past in de beweging, die al een tijdje zichtbaar is. Kort samengevat: de overheid is terug op de agenda. In de politieke beschouwingen wordt steeds vaker gesproken over het belang van een goede en stevige rol van de overheid. Veelal onder het motto ’minder markt en meer overheid’. Ook in verkiezingsprogramma’s is dat zeer zichtbaar. Nu is over een langere tijd de pendule van ‘meer of minder overheid’, wel vaker heen en weer gegaan. En de overheid is natuurlijk nooit weg geweest. Een goede markt vraagt om duidelijke spelregels van de overheid, inclusief overheidstoezicht. Dus de tegenstelling markt-overheid is eigenlijk een schijntegenstelling. Er lijkt echter wel sprake te zijn van een her-uitvinding van de overheid.

‘Het verwachten dat de overheid burgers en bedrijven beschermt tegen alles wat risicovol of wat moeilijk is, is niet reëel’

Dat begrip doet terugdenken aan het boek Reinventing the government van Osborne en Gaebler. Dat is van 1992. En paste in de toenmalige trend dat de overheid burgers moest zien als klanten en dat de overheid moest functioneren als een effectieve marktachtige organisatie. Dit idee ligt gelukkig alweer even achter ons. Dus het huidige heruitvinden van de overheid is echt anders en staat meer in de context van zorg en aandacht voor burgers. De vraag aan de overheid is: bescherm ons tegen risico’s en rampen.
Dat is een bijna onmogelijk opgave. De roep om een overheid die helpt is begrijpelijk. Maar het verwachten dat de overheid burgers en bedrijven beschermt tegen alles wat risicovol of wat moeilijk is, is niet reëel. Al was het maar door de onvoorspelbaarheid van ontwikkelingen. Daarbij komt dat de echte kracht in de samenleving zelf zit. De samenleving heeft juist zelf het vermogen om zijn eigen toekomst vorm te geven. Een overheid moet dat vermogen juist versterken. Dat vraagt om leiderschap bij de overheid met oog voor wat mensen drijft en wat mensen bezighoudt.

‘Men vraagt meer van de overheid, maar accepteert minder’

Toch wordt, zo lijkt het, steeds meer van de overheid gevraagd. Maar niet alles van de overheid wordt geaccepteerd. Dat levert één van de meest interessante spanningsbogen op met betrekking tot het leiderschap van de overheid: er wordt meer van de overheid gevraagd en tegelijk wordt minder geaccepteerd van de overheid. Een Nederlandse burger heb ik weleens getypeerd als een persoon die zelf wel weet hoe hard hij of zij kan rijden, maar wil dat de overheid de bumperklever van zijn auto haalt. Bescherming volgens de regels eisen maar zelf geen regels accepteren.

Van puzzels naar mysteries
Dit heruitvinden van de overheid moet worden gedaan in een turbulente wereld, die steeds ingewikkelder en onbegrijpelijker lijkt te worden. De overheidsopgave wordt steeds complexer. Ik vergelijk het weleens met mikado; het gaat niet meer om twee of drie stokjes die netjes moeten worden neergelegd, nee, het gaat om een vaak onontwarbare verzameling stokjes, die zo verstrengeld zijn dat een enkelvoudige oplossing bijna niet mogelijk is, nog afgezien van het feit dat door aan één stokje te trekken je vaak andere stokjes laat bewegen. Die complexiteit is voelbaar bij vraagstukken als pensioenen, de zorg, het klimaat of in de wereld van informatisering.

‘Het gaat niet meer om lineaire, maar om complexe vraagstukken’

Van Malcolm Gladwell leen ik de vergelijking tussen puzzels en mysteries. Hij stelt dat de overheid schuift van een eeuw van puzzels naar een eeuw van mysteries. Bij puzzels beschik je als overheid over veel, maar vaak niet alle, informatie en moet je vervolgens besluiten nemen. Als voorbeeld noemt hij de Cubacrisis, waar op basis van satellietfoto’s zichtbaar werd dat er schepen vanuit Rusland met raketten naar Cuba voeren. Vervolgens werd dit als dreiging gekwalificeerd en werd ingegrepen.
Terwijl bij 9/11 voor de aanslag al heel veel informatie beschikbaar was, van mannen die foto’s op vreemde plekken maakten tot vlieglessen die werden genomen, maar blijkbaar geen logica viel op te maken uit al deze beschikbare informatie. Het leiderschap bij de overheid moet gaan schakelen van het oplossen van ‘puzzels’ naar het onderkennen van ‘mysteries’. Daarbij gaat het niet meer om lineaire, maar om complexe vraagstukken. Vraagstukken waar het niet ontbreekt aan kennis, maar waar zoveel informatie samenkomt, dat het lastig is die te ontwarren en om daar goede duiding aan te geven.

Complot-denken
En het wordt nog ingewikkelder. Vanuit de Verenigde Staten is het complot-denken overgewaaid.  Het vertrouwen bij een grote groep is verdwenen en dat is een stevige basis voor het gevoel dat er spelletjes worden gespeeld door de overheid. Zo werd in de Verenigde Staten een link gelegd tussen Hillary Clinton, pedofilienetwerken en een pizzeria in Washington. Met hulp van sociale media werd geagendeerd dat er sprake is van een boosaardige overheid. De golf is ook overgeslagen naar Nederland, waar inmiddels een groeiende groep mensen denkt dat de coronapandemie het werk is van een elite die burgers met chips wil injecteren. “We zijn losgelagen van een anker. En twijfel zwaaien werkt bijzonder goed. Zo bleek ook uit het handelen van Trump voor en na de verkiezingen. Het lanceren van een buitensporige samenzweringstheorie is makkelijker dan de zoektocht naar waarheid. Als consensus ontbreekt en chaos wordt gecultiveerd, hebben we een groot maatschappelijk probleem”, aldus Jeroen van den Hoven, hoogleraar ethiek aan de TU Delft.

‘Het ontwikkelen van een buitensporige samenzweringstheorie is makkelijker dan de zoektocht naar de waarheid’

Nu is het interessante dat deze ‘bullshitverspreiders’ deze waanzin presenteren als de waarheid. De complotdenkers in Nederland opereren onder de titel ‘Viruswaarheid’. Dit maakt de leiderschapsopgave van de overheid geweldig lastig. Allereerst omdat de overheid wordt verweten zijn positie te misbruiken. Nog afgezien dat dit niet het doel van de overheid is, is het voor kenners van de overheid echt onbegrijpelijk dat de overheid zoveel macht wordt toegedicht. Tot zoiets is de overheid niet eens in staat. Maar vooral ingewikkeld is dat de overheid wordt neergezet als verkondiger van onwaarheden. Terwijl waarheid nu net de kerncompetentie moet zijn van de overheid. De context waarin de overheid moet opereren verschuift van feiten naar alternatieve feiten naar waanzin gepresenteerd als waarheid. Heel verwarrend.

Overgangstijd
Dit zijn enkele beelden van de transitie waarin wij zitten. Wij zitten in een overgangstijd. Nu schreef H.W. von der Dunk al dat elke tijd een overgangstijd is. In zijn Opstellen over onze omgang met de geschiedenis beschreef hij dat elke tijd te beschrijven is als overgangstijd, met veel turbulentie, die vraagt om leiderschap. Toch wordt het in deze huidige tijd alsnog sterker en daarmee als anders gevoeld door velen. Daarbij worden woorden gebruikt als meervoudige turbulentie en gevoelde instabiliteit. Nu is het onmogelijk om tijden te vergelijken, want ook in andere periodes was sprake van turbulenties en instabiliteit. Wat wel nieuw is, is de snelheid waarin veranderingen plaatsvinden. Het tempo is flink omhooggegaan. Dat heeft zeker te maken met de invloed van media, in het bijzonder sociale media, en met de invloed en impact van technologie.

‘Leiderschap van de overheid voelt als een rit in de rupsbaan op de kermis’

Deze beelden roepen niet de conclusie op dat we teruggaan naar het oude normaal. Maar tegelijk is ook niet duidelijk wat het nieuwe normaal is. Duidelijk is wel dat het leiderschap in en van de overheid voelt als een rit in de rupsbaan op de kermis. Een bumpy road, grotendeels in het duister. Waarbij wel koers moet worden gekozen en koers moet worden gehouden en tempo moet worden gemaakt.
Een prachtige leiderschapsopgave!

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Mark Frequin
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*