De waarde van sport en cultuur voor integraal sociaal beleid

De verantwoordelijkheden van gemeenten voor de ondersteuning van kwetsbare mensen zijn met de decentralisaties in het sociale domein (zorg, werk en jeugdhulp) sterk toegenomen. Dat leidt tot nieuwe uitdagingen: hoe zorg je als gemeente dat zoveel mogelijk mensen zolang mogelijk gezond blijven en actief deel blijven nemen aan de samenleving? Op een aantal plekken in het land weten beleidsmakers sociaal beleid met succes te verbinden met cultuur- en sportbeleid. Zulk integraal sociaal beleid is een wenkend perspectief, maar hoe ziet dat er in de praktijk uit?

Sinds 1 januari 2015 is participatie van alle inwoners dé grote uitdaging voor gemeenten. Dat moet bovendien met minder budget dan voorheen. Nieuwe, integrale manieren van werken zouden soelaas kunnen bieden maar beleid en budgetten zijn helaas vaak nog verkokerd. Toch laat onderzoek zien welke waarde cultuur en sport hebben voor individu en samenleving. Sporten draagt bijvoorbeeld bij aan gezondheid, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden.[1] Zie hiervoor bijvoorbeeld het Human Capital Model van onderzoeker Richard Bailey: een model waarin 88 effecten van bewegen worden benoemd, onderverdeeld naar een fysieke waarde, emotionele waarde, sociale waarde, persoonlijke waarde, intellectuele waarde en financiële waarde. Ook cultuurdeelname blijkt bij te dragen aan gezondheid en welbevinden en zowel sociale cohesie binnen de eigen groep als tussen groepen te versterken[2].
Niet voor niets zijn cultuur en sport alomtegenwoordig in onze samenleving. 8,5 miljoen Nederlanders doen aan sport, 6,4 miljoen doen in hun vrije tijd iets kunstzinnigs of creatiefs[3]. Sommigen doen dat alleen: ze fietsen of rennen een rondje, ze schrijven thuis gedichten of kruipen achter de piano. Anderen doen dat samen. Bijna een kwart van de cultuurbeoefenaars is lid van een vereniging en een vijfde is actief in een informele groep. Dat zijn respectievelijk bijna 1,5 en 1,3 miljoen mensen. Zo’n 4,5 miljoen mensen zijn lid bij de bijna 25.000 sportverenigingen in Nederland.[4]
Plezier, ontspanning, zelf iets maken en contact hebben met anderen, zijn de belangrijkste redenen voor mensen om cultureel actief te zijn. Plezier, gezondheid en mensen leren kennen, zijn de belangrijkste motieven om te sporten.

Succesvolle praktijkvoorbeelden
Op een aantal plekken in het land wordt al op een succesvolle manier de verbinding tussen sport, cultuur en het sociale domein gemaakt. In Arnhem bijvoorbeeld bij het project KunstWerk, een samenwerking van Kunstbedrijf Arnhem, UWV Arnhem en Siza. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen hierbij les in verschillende kunstdisciplines en gaan vanuit daar de arbeidsmarkt verkennen. Hier is kunst het middel en werk het doel. Ingrid Sindorf, jobcoach: ‘Door KunstWerk leer je over jezelf, je komt in je kracht, je doet werkervaring op. Voor ons als reïntegratiebedrijf is dit een hele unieke manier, waar we sterk in geloven.’ Het concept van KunstWerk is inmiddels overgedragen aan Nijmegen en Heerenveen, verschillende Brabantse gemeenten volgen op korte termijn.
In Nieuwegein werken gezondheidscentrum de Roerdomp en kunstencentrum De Kom samen in Kunst op Recept. Docenten van De Kom zijn geselecteerd op hun kwaliteiten in de omgang met patiënten met psychosociale klachten die worden toegeleid door De Roerdomp. Het Verwey Jonker Instituut onderzoekt de effecten. Jan Joost Meijs, directeur gezondheidscentrum De Roerdomp: ‘Een arts kan wel een pilletje geven, maar dat is symptoombestrijding: het doet niets aan de oorzaak van het probleem en vaak lost het niets op. Kunst op Recept richt zich op welbevinden, op weer iets doen waar je blij van wordt of wat je weer in contact met anderen brengt. De basis is dat we uitgaan van wat iemand kan en niet wat iemand beperkt.’
Of neem het project Trainerskracht[5] van VV De Meern, waarin kwetsbare jongeren worden begeleid om bezig te zijn met hun sport en ondertussen te werken aan de ontwikkeling van hun capaciteiten. Dit helpt hen om na te denken over hun toekomst, iets wat zij lastig vinden. Structuur, begeleiding, veiligheid en een doel, dat biedt Trainerskracht. Dit project is gestart met behulp van tweejarige subsidie van Oranje Fonds. Sinds september 2016 wordt het ondersteund door de gemeente Utrecht.
In Schiedam zien we een mooi voorbeeld van samenwerking tussen sport en cultuur met de wijksportverenigingen en de wijkcultuurklassen[6] in de wijk Nieuwland. Een bewezen concept waarin gemeente, basisscholen en lokale sportverenigingen en culturele organisaties samenwerken. Kinderen in deze (achterstands)wijk kunnen kennismaken en meedoen aan verschillende sportactiviteiten en cultuurlessen. Deze activiteiten vinden na schooltijd en zoveel mogelijk op één van de scholen plaats.

Aan de slag
Alle genoemde voorbeelden zijn niet vanzelf tot stand gekomen. Gerichte actie was nodig om de werelden van cultuur, sport, zorg, welzijn en re-integratie met elkaar te verbinden. Professionals verdiepen zich in elkaars wereld en leren de taal van de ander spreken. Bestuurders en beleidsmakers stimuleren de samenwerking tussen sectoren en verbinden netwerken met elkaar. Cross-sectorale samenwerking wordt opgenomen in financieringsbeleid of speciale fondsen worden ingericht.[7]
De uitdagingen zijn de komende jaren groot: we moeten hard aan de slag om iedereen in Nederland mee te laten doen. Cultuur en sport leveren daar nu al een wezenlijke bijdrage aan. Maar er is veel meer mogelijk. Wij roepen gemeenten op om de volgende stap te zetten. En leveren daar vanuit onze kennis en expertise graag een bijdrage aan.

Dit artikel is geschreven door Remco Boer, directeur Kenniscentrum Sport, Koen Breedveld, directeur Mulier Instituut, Yvonne van Mierlo, directeur Movisie, Sanne Scholten, directeur LKCA.

Footnotes

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van LKCA
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel
Dankjewel voor je bijdrage
We hebben je reactie doorgestuurd naar de redacteur(en) van dit artikel en redactie van platform O. Deel het artikel en jouw bijdrage ook met je omgeving om discussie te stimuleren.