Het imagoprobleem van de ambtenaar


Nederlandse ambtenaren krijgen regelmatig te maken met negatieve associaties. Lui, rigide, star, 9 tot 5 mentaliteit: dat zijn niet bepaald de meest complimenteuze termen om mee geassocieerd te worden. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar deze negatieve associaties met ambtenaren, maar hierin ontbreekt het perspectief van de ambtenaar. Welke impact hebben deze negatieve associaties op de ambtenaar zelf?

De ambtenaar heeft een imagoprobleem. Het beroep van ambtenaar roept negatieve associaties op bij de gemiddelde Nederlander: denk aan stereotyperingen als lui, inflexibel en saai [1]. Het is te verwachten dat deze negatieve perspectieven de motivatie en werktevredenheid kunnen aantasten: factoren die zeer relevant zijn voor een goede prestatie op het werk. In mijn onderzoek heb ik antwoord gegeven op de vraag: hoe beïnvloeden deze negatieve percepties de prestaties van de ambtenaar? En hoe gaat de ambtenaar om met de mogelijke negatieve effecten van deze associaties?

Het ‘bashen’ van de ambtenaar
Binnen de wetenschappelijk literatuur worden deze negatieve associaties over ambtenaren aangeduid als meaningless bureaucrat bashing (vrij vertaald het zinloos bekritiseren van ambtenaren). Hierin worden drie kenmerken onderscheiden [2]. Allereerst is het ‘bashen’ van ambtenaren generaliserend. Door bijvoorbeeld te zeggen dat alle ambtenaren lui zijn, worden zij over één kam geschoren. Ten tweede wordt er vaak geen probleem of bijbehorende oplossing aangedragen bij het ‘neerhalen’ van ambtenaren, waardoor deze associaties geen doel dienen. Ten derde gaat bureaucrat bashing om het woordelijk aanvallen van ambtenaren. Stereotyperingen spelen een cruciale rol binnen dit concept: deze kunnen het bureaucrat bashing veroorzaken of versterken, maar ook vice versa.

‘Stereotyperingen creëren de nodige druk voor de ambtenaar’

Verwacht wordt dat dit bashen aanzienlijk negatieve effecten heeft op de prestaties van ambtenaren [3]. De aanwezige stereotyperingen in het meaningless bureaucrat bashing creëren namelijk de nodige druk voor de ambtenaar. Deze druk komt bijvoorbeeld voort uit de angst om te handelen overeenkomstig deze stereotypen of de angst om een stereotype te bevestigen.

Omgaan met de negatieve effecten
De vraag is dan hoe de ambtenaar omgaat met deze verwachte negatieve effecten van meaningless bureaucrat bashing. Relevant hier is het concept coping: reacties waarmee ambtenaren proberen het hoofd te bieden aan dagelijkse vereisten en bijbehorende negatieve effecten [4]. In deze context zijn twee manieren van coping relevant: sociale ondersteuning zoeken bij collega’s door bijvoorbeeld met elkaar te praten of het cognitief distantiëren van de situatie door bijvoorbeeld te denken dat de negatieve associaties niet voor jou gelden [5] [6].

Overlap
Bovenstaande is onderzocht aan de hand van een experiment, waarin ambtenaren willekeurig ingedeeld werden in twee groepen. Groep 1 werd blootgesteld aan bureaucrat bashing; groep 2 niet. Wat laten de resultaten zien? In tegenstelling tot de verwachtingen, blijkt dat meaningless bureaucrat bashing geen negatieve impact heeft op de prestatie van ambtenaren. Dit blijkt onder andere uit figuur 1, die laat zien hoe ambtenaren in groep 1 (gestippeld) en 2 (gestreept) hun prestatie beoordelen op een schaal van 1 (zeer slecht) tot 5 (zeer goed). In deze figuur wordt duidelijk dat er veel overlap zit in hoe de ambtenaar zijn prestatie beoordeelt, ongeacht de aan- of afwezigheid van bureaucrat bashing. Verder blijkt uit de resultaten dat de ambtenaren geen noodzaak ervaarden om aanzienlijk gebruik te maken van een van de manieren van coping om te dealen met de negatieve effecten van bureaucrat bashing.

Figuur 1

Valt het toch mee?
Ondanks de successen en de complexe taken die worden uitgevoerd binnen de overheid, worden ambtenaren regelmatig in een negatief daglicht gesteld. Toch blijkt uit mijn onderzoek dat deze negatieve associaties niet het verwachte effect hebben op de prestatie van de ambtenaar. Valt de impact van het negatief afschilderen van ambtenaren dan toch wel mee? Simpel gezegd: dat weten we nog niet. Deze resultaten dragen bij aan een deel van de oplossing van een grotere puzzel rondom dit onderwerp door vooral te focussen op prestatie. Het betekent dan ook niet dat er helemaal geen impact bestaat van bureaucrat bashing. Denk bijvoorbeeld aan andere mogelijke consequenties, zoals het welzijn en de motivatie van de ambtenaar of de aantrekkelijkheid van de publieke sector. Met andere woorden, er is nog veel te ontdekken rondom dit onderwerp.

‘Het negatief afschilderen van de publieke sector kan leiden tot minder vertrouwen van burgers in de overheid’

Daarom is het, in mijn optiek, relevant dat overheidsorganisaties zicht blijven houden op meaningless bureaucrat bashing en starten met het geven van meer aandacht aan de mogelijke effecten hiervan. Om dit te kunnen doen, adviseer ik om meer ruimte te geven aan collegiale ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan het opzetten van een ondersteuningsprogramma, waarin collega’s worden gematcht op basis van werkzaamheden. Ambtenaren kunnen hierin met elkaar praten over dagelijkse activiteiten, worstelingen en ervaringen, zoals bureaucrat bashing. Dit alles ter bevordering van een fijne werkomgeving. Dit is reeds succesvol gebleken bij ziekenhuispersoneel gedurende de COVID-19 crisis [7].
Tevens is het relevant om (de effecten van) bureaucrat bashing openlijk in maatschappelijke context te bespreken. Het negatief afschilderen van de overheid en het persoonlijk aanvallen van ambtenaren kan leiden tot minder vertrouwen van burgers in de overheid. Dit is cruciaal in het licht van het reeds dalende vertrouwen van burgers in de Nederlandse overheid [8].
Kortom, het is van groot belang dat we oplettend, genuanceerd en open voor discussie blijven wat betreft onderbouwde kritiek én meaningless bureaucrat bashing richting ambtenaar en overheid.

Voetnoten

[1]

RTL Nieuws. (2022). Gegrap over ambtenaren niet altijd onschuldig: ‘Minder vertrouwen in werk’. RTL Nieuws. Geraadpleegd op 4 juli 2022, van https://www.rtlnieuws.nl/editienl/artikel/5298351/grappen-ambtenaren-niet-onschuldig-onderzoek-utrecht-erasmus-universiteit.

Pino, E. del, Calzada, I. & Díaz-Pulido, J.M. )2016). Conceptualizing and explaining bureauphobia: contours, scope, and determinants. Public Administration Review, 76(5), 725-736.

[2]

Szydlowski, G., Boer, N. de & Tummers, L. (2022). Compassion, bureaucrat bashing and public administration. Public Administration Review [beschikbaar, maar nog niet gepubliceerd], 1-59.

[3]

Spencer, S.J., Logel, C. & Davies, P.G. (2016). Stereotype threat. Annual Review Psychology, 67(2016), 415-437.

Cohen, G.L., Purdie-Vaughns, V. & Garcia, J. (2011). An identity threat perspective on intervention. In M. Inzlicht & T. Schmader (Eds.), Stereotype threat: theory, process, and application. Oxford University Press.

[4]

Tummers, L.G., Bekkers, V., Vink, E. & Musheno, M. (2015). Coping during public service delivery: a conceptualization and systematic review of the literature. Journal of Public Administration, Research and Theory, 25(4), 1099-1126.

[5]

Shumaker, S.A. & Brownell, A. (1984). Toward a theory of social support: closing conceptual gaps. Journal of Social Issues, 40(4), 11-36.

[6]

Derks, B., Laar, C. van, Ellemers, N. & Groot, K. de. (2015). Gender-bias primes elicit queen-bee responses among senior policewomen. Psychological Science, 22(10), 1243-1249.

Veelen, R. van & Veldman, J. (2020). Distancing from a stigmatized social identity: state of the art and future research agenda on self-group distancing. European Journal of Social Psychology, 50(6), 1089-1107.

[7]

Rosen, B., Preisman, M., Read, H., Chaukos, D., Greenberg, R.A., Jeffs, L., Maunder, R. & Wiesenfeld, L. (2022). Resilience coaching for healthcare workers: experiences of receiving collegial support during the COVID-19 pandemic. General Hospital Psychiatry, 75(2022), 83-87.

[8]

Engbersen, G., Bochove, M. van, Boom, J. de, Bussemaker, J., Farisi, B. el, Krouwel, A., Lindert, J. van, Rusinovic, K., Snel, E., Heck, L. van, Veen, H. van der & Wensveen, P. van. (2021). De laag-vertrouwenssamenleving. Erasmus School of Social and Behavioural Sciences & Kenniswerkplaats Leefbare Wijken.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Julia Wesdorp
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*