Lef en leiderschap

Impressies uit 'gemeenteland'

Op de Dag van de Stad – die 28 oktober plaatsvond in Den Haag – gingen Paul Depla (burgemeester van Breda) en Mark Frequin (buitengewoon adviseur met als opdracht publiek leiderschap) in gesprek met zo’n twintig burgemeesters, wethouders en directeuren. De centrale vraag: gaan leiderschap en lef hand in hand? Voor je mensen gaan staan, in de wind staan, je eigen mening even opzij zetten, een impopulaire beslissing durven te nemen, geen beslissing durven te nemen, het zijn allemaal dingen waar een flinke dosis lef voor nodig is. Maar als het een doel op zich wordt, kan het ook juist een valkuil zijn.  

Het woord ‘burgemeester’ werd in de betekenis van ‘hoofd van een gemeente’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1254. Een samenstelling van burger en meester: de meester van de burgers, oftewel de burgervader. Een ‘wethouder’ was vanaf 1440 een ‘lid van het dagelijks bestuur van de gemeente’. De houder van de wet (het heeft iets behoudends). Een bestuurder is daarmee niet vanzelfsprekend een leider.
Lef en leiderschap worden van oudsher al met elkaar in verband gebracht en gaan vrijwel altijd over personen. Maar zijn leiders per definitie sterke blanke mannen die tegen de stroom in durven te roeien? Nee, dat stereotype is allang doorbroken.

De gedachte dat één persoon de dienst kan uitmaken bestaat in Nederland al lang niet meer. Netwerken worden complexer en opgaven worden ingewikkelder. Het verlangen naar beslissingen is groter maar de acceptatie daarmee niet per se. Er wordt in feite meer geëist en minder geaccepteerd van het bestuur. Er is een spanning: men wil overal over meepraten, maar men heeft ook behoefte aan duidelijkheid en visie.
Lokaal leiderschap is niet meer alleen lokaal, het kent verschillende lagen. Je kunt het bijna niet alleen meer in je eigen gemeenschap. Dit alles maakt het tonen van leiderschap behoorlijk complex. Waar moeten we een schop tegenaan geven om iets voor elkaar te krijgen? Hoe tonen we lef en hoe kunnen we over onze aarzeling over het tonen van lef heenstappen? Is lef überhaupt een vereiste voor leiderschap?

Team
Vraag is: wie is de leider binnen een team? De scorende spits loopt misschien wel het meest in het oog. De aanvoerder verbindt op het middenveld. En de coach observeert en coördineert vanaf de zijlijn. Rollen kunnen variëren en wat werkt ook per team. Ieder team heeft een eigen cultuur en een eigen manier van beslissen. Ieder land gaat anders om met autoriteit.
Wellicht is leiderschap het vermogen om de verschillende aspecten in te zetten op het juiste moment, het vermogen om handig te manoeuvreren op verschillende schaalniveaus. Het kan zijn dat je in een versplinterd landschap nog maar moeilijk weet waar je voor staat. Leiderschap hoeft ook niet een op een in verbinding te staan met doortastendheid, besluitvaardigheid en oplossingsgerichtheid. Juist in een zeer complex speelveld kan het vooral gaan om het creëren van verbinding en vertrouwen.

Authentiek
Besturen is daarmee niet altijd hetzelfde als leiderschap. Er is een onderscheid tussen ‘je bestuurlijk ding doen’ en het tonen van leiderschap. Tussen het behalen van resultaten en doelen, en het faciliteren van het proces an sich. Neem je iedereen mee en werk je tegelijk wel op efficiënte wijze toe naar het beoogde resultaat?
Daar komt die vervelende grens tussen iedereen willen meenemen in je beslissing en uiteindelijk een knoop moeten doorhakken om de hoek kijken. Nooit zal iedereen het met elkaar eens zijn. Ken in ieder geval jezelf, de rol waar je in zit en het proces. Als je voor jezelf weet dat je een goede beslissing hebt genomen kun je altijd de verdiende waardering krijgen. Dan is je besluit in ieder geval authentiek geweest.

Sentiment
Dan heb je ook nog het onderscheid tussen leiderschap vanuit een bepaalde visie of beleid, en leiderschap in crisissituaties (als het móet). Soms is er sprake van maatschappelijke urgentie, deze urgentie kun je gebruiken om lef te creëren. Misschien toon je dan leiderschap. Maar ook juist in rustig vaarwater kan een goed leider heel daadkrachtig zijn. Veel leiders laten zich opjagen door sentiment. Is het moedig als je tegen de stroom in durft te gaan, en maakt het feit dat je risico’s durft te nemen je een goed leider? Of uit leiderschap zich soms misschien ook in het niet zichtbare? En wordt leiderschap niet vooral gedefinieerd en gevoeld als het er niet is?

‘Een functie krijg je en leiderschap verdien je’

Iedereen aan tafel lijkt het eens: een functie krijg je en leiderschap verdien je. Het heeft in belangrijke mate te maken met bepaalde kwaliteiten die je wel of niet in je hebt. Levenservaring en jeugdigheid en levensfase kunnen bepalend zijn voor hoe stevig je in je schoenen staat. Het gaat om de persoon die kan het verschil maken. Onafhankelijkheid en authenticiteit en drive en zelfvertrouwen zijn belangrijk. Een functiewissel van een bestuurder kan een groot verschil maken. Er kan een niet te onderschatten verschuiving in het collectief plaatsvinden. Enerzijds gaat het om een persoon, maar tegelijkertijd gaat het om het collectief. Het is niet één man, met al dan niet een blonde kuif, die het verschil maakt. De kunst is een team te vormen met gelijkgestemden die samen de verandering tot stand willen brengen.
Wat heb je nodig om leiderschap te creëren? Aan tafel horen we grofweg vier geluiden. Vertrouwen in jezelf, de innerlijke overtuiging dat je het goede doet en dat je dicht bij jezelf blijft. Daar hoort ook bij: kwetsbaar durven zijn. Een tweede is draagvlak en vertrouwen creëren, medestanders vinden. Maar ook juist tegenspraak organiseren. En ten slotte: goed zijn in storytelling. Casuïstiek en verhalen kunnen heel behulpzaam zijn voor de cultuur van een organisatie.

Hand in hand?
Gaan leiderschap en lef hand in hand? Voor je mensen gaan staan, in de wind staan, je eigen mening even opzij zetten, een impopulaire beslissing durven te nemen, geen beslissing durven te nemen, het zijn allemaal dingen waar een flinke dosis lef voor nodig is. Maar als het een doel op zich wordt, kan het ook juist een valkuil zijn. Kortom: we zijn er nog niet over uit of lef per definitie een vereiste is voor leiderschap. Dit gesprek van twintig bestuurders is niet beëindigd maar vraagt om een vervolg.

De komende tijd zullen we nog verdere groepsgesprekken met gemeentebestuurders organiseren om een vervolg te geven aan het gesprek dat wij op de Dag van de Stad zijn gestart. Belangrijk is nog meer gevoel te krijgen voor zowel de context waarin leiderschap moet worden getoond als voor de opgaven op het gebied van leiderschap op gemeenteniveau.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van: Leonore van Til Mark Frequin
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*