De provincie: te ver van huis?

Een analyse van de partijprogramma’s van de Provinciale Statenverkiezingen

In de media ontstaat vaak het beeld dat kiezers maar matig geïnteresseerd zijn in de provinciale politiek: zij weten niet goed op wie en waarover zij stemmen. Op 20 maart jongstleden vonden de Provinciale Statenverkiezingen plaats. Wat stond daar nu eigenlijk op het spel? Een analyse van de verkiezingsprogramma’s biedt uitkomst: wat is de rol van de provincie en in welke mate identificeren mensen zich met de provincie waarin zij wonen?

Voor deze analyse zijn de verkiezingsprogramma’s van de landelijke partijen in de twaalf provincies onderzocht. Het gaat om ruim 150 programma’s, in lengte variërend van 57 pagina’s van de Groningse D66 tot 3 pagina’s van de Noord-Hollandse PVV. Hierbij is in het bijzonder gekeken naar de onderwerpen bestuur, wonen, de energietransitie en mobiliteit: thema’s die het provinciale debat domineren. Daarnaast is gekeken naar de berichtgeving van traditionele nationale en regionale media in de periode van 1 februari tot 18 maart 2019.

Provinciaal niveau
Wat direct opvalt is dat landelijke partijen de provinciale verkiezingen domineerden. In de provincie Overijssel was zelfs geen enkele lokale partij op het stembiljet terug te vinden. Discussies uit de nationale politiek komen ook in de partijprogramma’s terug, bijvoorbeeld in de vorm van de pensioenleeftijd in enkele programma’s van 50PLUS. Sommige programma’s verwijzen ook expliciet naar de landelijke politiek en de Eerste Kamer. Zo openen alle verkiezingsprogramma’s van DENK met een voorwoord van Tweede Kamer-fractievoorzitter Kuzu, waarin hij oproept om de verkiezingen als een referendum over het huidige kabinet te zien.
Landelijke partijen waren dominant in de verkiezingen. Maar dit wil niet zeggen dat de verkiezingen er in alle provincies hetzelfde uitzagen. In sommige provincies werd bijvoorbeeld een sterker beroep gedaan op identiteit. Zo duiden partijen kiezers in Zeeland in verkiezingsprogramma’s niet aan als ‘inwoners’ maar als ‘Zeeuwen’. Daartegenover staat dat de Zuid-Hollandse ChristenUnie het creëren van gemeenschappelijke identiteit juist als actiepunt ziet.

‘Verkiezingsprogramma’s sluiten niet altijd
even goed aan op lokale discussies’

De mediascan laat zien dat de eigen identiteit in met name Friesland, Groningen, Noord-Brabant en Limburg belangrijk wordt gevonden. In de Randstadprovincies lijkt deze nauwelijks een rol te spelen. Bovendien leeft in verschillende provincies (met name Groningen, Gelderland en Overijssel) een anti-Randstadgevoel dat een verbindend karakter heeft. Een voorbeeld hiervan is de populariteit van de nieuwe Achterhoekse vlag.
Daarnaast valt op dat de programma’s niet in dezelfde mate toegespitst zijn op lokale onderwerpen. Zo gebruiken onder meer 50PLUS, DENK, Forum voor Democratie (FvD) en Partij voor de Dieren (PvdD) een vaststaande hoofdtekst die wordt aangevuld met provinciale thema’s. Hierdoor sluiten de programma’s niet altijd even goed aan op lokale discussies: PvdD stelt in elke provincie het doel om klimaatkoploper te worden en DENK spreekt zich uit tegen kustbebouwing in Limburg. Ook is er niet altijd oog voor de bestaande middelen en budgetten in een provincie: het raadgevend referendum dat DENK in elke provincie bepleit bestaat al in provincies als Noord-Holland en Zeeland.
Meer gevestigde partijen en partijen met bestuurlijke ervaring gaan vaak dieper in op de lokale democratie en discussies. Het lijkt erop dat zij hierbij soms al voorsorteren op deelname in het bestuur.

Middenbestuur
Volgens de media is de burger niet alleen matig geïnteresseerd in de verkiezingen, hij weet ook niet goed waar het provinciale bestuur voor staat. Ook partijen hebben uiteenlopende opvattingen over hun rol. Actiepunten in verkiezingsprogramma’s, zoals het sluiten van kolencentrales en het instellen van intercitystations, liggen niet altijd binnen de macht van de provincies. In Limburg beloven enkele partijen zelfs de kerncentrale van Tihange in België te sluiten.
Partijen als PVV en FvD zien het liefst een sober provinciaal bestuur dat zich beperkt tot de kerntaken. Andere partijen, zoals de ChristenUnie, zien ook mogelijkheden voor de provincie om buiten de kerntaken onderwerpen op te pakken. Veel partijen beschouwen de energie- en warmtetransitie als een domein voor de provincie. Volgens de SP en Partij van de Arbeid is een herijking van de rol van de provincie wenselijk. Zij zien dan het liefst dat de provincie ook taken met betrekking tot zorg toebedeeld krijgt.
In het kader van democratie staat het betrekken van burgers voor alle partijen hoog op de agenda. Hiervoor stellen zij verschillende middelen voor, waaronder een right to challenge, referenda en burgerinitiatieven. Ook is er aandacht voor de rol van de commissaris van de Koning. FvD, PVV, DENK en D66 zien het liefst dat deze door burgers wordt verkozen.
In de uitgebreide berichtgeving over regionale thema’s zijn in vrijwel alle provincies de energietransitie, wonen, leefbaarheid, bereikbaarheid en mobiliteit in deze volgorde veruit de meest genoemde thema’s.

Speerpunten
Wonen komt in meerdere provincies als speerpunt naar voren. Enerzijds gaat dit over het oplossen van woningnood, anderzijds over het behoud van voorzieningen in krimpgebieden. In groeiregio’s staat met name de locatie en het soort nieuwe woningen ter discussie. Zo speelt in Utrecht de vraag of moet worden vastgehouden aan de rode contouren, of dat er juist ook in het groen gebouwd mag worden. Partijen vinden dat de woningnood om creatieve oplossingen vraagt, en spreken hun steun uit voor de herbestemming van leegstaande gebouwen en alternatieve woonvormen zoals tiny houses en meergeneratiewoningen. Daarnaast zien veel partijen starters, ouderen en de sociale huursector als aandachtsgroepen.
Ook de verduurzaming van nieuwbouw en de bestaande woonvoorraad vormen belangrijke speerpunten. Linkse partijen benadrukken hierbij dat de energietransitie niet mag leiden tot grotere sociaaleconomische ongelijkheid. Partijen als D66, GroenLinks, PvdD, SGP en SP zien mogelijkheden in een fonds waarop particulieren een beroep kunnen doen bij de verduurzaming van hun huis.

‘Partijen vinden dat de woningnood om
creatieve oplossingen vraagt’

Veel partijen zien ook de energietransitie als domein van de Provinciale Staten. De doelstellingen die hiermee verbonden zijn wisselen echter, afhankelijk van het ambitieniveau van de provincie. FvD en PVV zijn opvallende uitzonderingen: zij vinden dat de provincie zich helemaal niet met klimaat en duurzaamheid bezig moet houden. Overige partijen houden in hun programma vaak de doelstellingen van het Parijs-akkoord als minimum aan. Bij de energietransitie zien partijen draagvlak van omwonenden en de goede ruimtelijke inpassing van alternatieve vormen van energieopwekking als noodzakelijk. Projecteigenaarschap en collectief particulier opdrachtgeverschap worden geopperd als manieren om burgers mee te laten profiteren van de energietransitie.
Verduurzaming speelt ook op het terrein van vervoer. Veel partijen willen investeren in hoogwaardig en duurzaam openbaar vervoer, dat het liefst ook zero-emissie is. Mobiliteit hangt daarnaast sterk samen met de problematiek rondom wonen: vervoer moet worden aangepast aan ofwel krimp of groei van de kernen. Hierbij vormt de aansluiting van en het behoud van het voorzieningenaanbod in kleine kernen een belangrijk thema. De nadruk ligt hier op de ondersteuning van lokale initiatieven en het eventueel in stand houden van reguliere ov-lijnen. Daarnaast zien provincies buiten de Randstad een snelle en frequente verbinding met de Randstad als wenselijk.

Landelijke politiek
Dat de burger onbekend is met de provinciale politiek vertaalt zich ook in de uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen. Waar bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen één op de drie zetels naar een lokale partij ging, zijn tijdens de Provinciale Statenverkiezingen in de meeste provincies enkel landelijke partijen verkozen. Slechts in zes provincies wisten lokale provinciale partijen ten minste één zetel te behalen. Opvallend is dat deze provincies allemaal niet-Randstedelijk zijn.
Opmerkelijk is ook dat de twee grote winnaars van de verkiezingen, FvD en GroenLinks, lijnrecht tegenover elkaar staan wat betreft de klimaatdoelen en de energietransitie. Waar GroenLinks ambitieuze doelen wil stellen om de energietransitie te realiseren, ziet FvD het liefst dat de provincie helemaal stopt zich hiermee bezig te houden. De zege van deze partijen zorgt voor een gefragmenteerd politiek landschap: naar verwachting zitten er straks meer partijen in de Eerste Kamer dan ooit te voren.
De Provinciale Statenverkiezingen lijken steeds meer door de landelijke politiek gedomineerd te worden. Hoewel de provincie concrete taken heeft, leggen veel partijen nadruk op onderwerpen waar het provinciale bestuur geen zeggenschap over heeft. Hoe de partijen beloftes als het sluiten van de kerncentrale in Tihange en het verlagen van de pensioenleeftijd gaan waarmaken is nog de vraag. Met 555 zetels voor landelijke partijen tegenover 15 voor lokale partijen zullen landelijke thema’s voorlopig niet verdwijnen uit de provinciale politiek.

Vond je dit artikel interessant? Lees alle artikelen van Sylvie Verhoef en Charles de Cocq
Deel dit artikel

Er zijn nog geen reacties op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*